Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB, onvoorzien

Wat mag het kosten?

Programma: 7. Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb, onvoorzien

Bedragen x € 1.000,-

2026

2027

2028

2029

Mutaties per taakveld

0.4 Overhead

224

510

427

441

0.5 Treasury

0.61 OZB Woningen

-80

-80

-80

-80

0.62 OZB Niet-woningen

-70

-70

-70

-70

0.64 Belastingen overig

0.7 Alg. Uitkeringen en ov. Uitkeringen GF

-135

-66

-275

-282

0.8 Overige baten en lasten

-313

-313

-313

-313

Totaal mutaties per programma

-374

-19

-311

-304

Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening
(verschillen groter dan € 50.000 en afgerond op € 1.000)

Taakveld 0.4 Overhead (structureel nadeel van € 224.000 in 2026 oplopend naar € 441.000 in 2029)

Nieuwe organisatiestructuur (nadeel € 252.000 voor 2027, € 172.000 voor 2028 en € 106.000 voor 2029)
De eerder vastgestelde hoofdstructuur is in de afgelopen periode verder uitgewerkt in een detailstructuur. Op 1 september 2026 wordt er overgestapt op het directiemodel. Deze overstap gebeurt op basis van de vastgestelde hoofdstructuur en de detailstructuur. De detailstructuur beschrijft welke teams er zijn, welke kerntaken en werkgebieden bij ieder team horen, een indicatie van formatie en aantal medewerkers per team en een onderbouwing van de positionering van het team. Op basis van de uitgewerkte detailstructuur vindt de bemensing van de functies van teammanager plaats en start het proces van de hergroepering van functies, waarmee iedere functie een eigen plek krijgt in de nieuwe structuur.

De doorontwikkeling van de organisatie vraagt een eenmalige investering. Met deze investering dekken we de kosten die tijdens de transitiefase van de huidige organisatie naar de nieuwe organisatie nodig zijn. Dit gaat onder andere over de tijdelijke bekostiging van personeelslasten totdat de nieuwe organisatie staat. Structureel streven we ernaar de doorontwikkeling van de organisatie budgetneutraal te laten zijn. Voor 2027 is sprake van een extra benodigd budget van € 252.000, voor 2028 een bedrag van € 172.000 en voor 2029 een bedrag van € 106.000. Vanaf 2030 is sprake van een budgettair neutraal effect.

ICT (structureel nadeel van € 84.000)

Binnen het totale ICT budget is aanspraak gemaakt op de stelpost prijsstijging 2026. Dit betreft een structureel bedrag van € 84.000. Deze aanspraak dient u iin samenhang te zien met de totale aanspraak op de stelpost prijsstijging zoals is toegelicht op het taakveld 0.8 overige baten en lasten.

Actualisatie personeelslasten (structureel nadeel van € 89.000 in 2026 oplopend naar € 117.000 in 2029)

Personeelslasten bestuur (structureel nadeel € 54.000)
De salarisafspraken die in de CAO-Rijk voor het personeel in de sector Rijk zijn gemaakt, krijgen op basis van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers doorwerking naar de bezoldiging van burgemeesters, wethouders en raadsleden. Daarnaast worden jaarlijks de vergoedingen geïndexeerd die betrekking hebben op de politieke ambtsdragers en is het aantal raadsleden per 1 april 2026 uitgebreid van 19 naar 21. Dit betekent een structurele stijging van de personeelslasten van € 54.000 per 2026. Voorgesteld wordt om dit structureel ten laste te brengen van de stelpost loonontwikkeling.

Personeelslasten ambtelijke organisatie (structureel nadeel € 40.000 in 2026 oplopend naar € 75.000 in 2029)
Op basis van de loonontwikkeling uit de cao gemeenten met een looptijd van 01.04.2025 t/m 31.03.2027 zijn de personeelslasten voor 2026 geactualiseerd. In de 1e bestuursrapportage 2026 wordt het meerjarig effect verwerkt van de loonontwikkelingen in 2026 inclusief de periodieke verhogingen van salaris. Per 1 januari 2026 is er een nominale stijging van € 35,00 op alle salarisschalen en per 1 juli 2026 een salarisstijging van 1,25%. Dit betekent een structurele stijging van de personeelslasten van € 533.000 per 2026 oplopend naar € 568.000 in 2029. Deze stijging komt structureel ten laste van de stelpost loonontwikkeling die wordt gevormd op grond van de circulaires van het Rijk.

De hoogte van de stelpost loonontwikkeling in 2026 is € 493.000. Per saldo betekent de stijging van de personeelslasten van politieke ambtsdragers (€ 54.000 structureel per 2026) en de ambtelijke organisatie (€ 40.000 per 2026 oplopend naar € 75.000 in 2029) een structureel nadeel van € 94.000 in 2026 oplopend naar € 129.000 in 2029. Voorgesteld wordt om dit ten laste te brengen van de financiële positie.

Overige personeelslasten (structureel nadeel € 37.000 in 2026 aflopend naar € 30.000 in 2029)
Dit betreft een structureel nadeel van € 37.000 in 2026 aflopend naar € 30.000 in 2029. Dit behoeft geen verdere toelichting (overige kleine verschillen). Voorgesteld wordt om dit ten laste te brengen van de financiële positie.

Wethouderspensioenen (structureel voordeel van € 42.000)
In de jaarrekening 2025 is de voorziening wethouderspensioenen geactualiseerd op basis van de prognose van het benodigd vermogen op 1 januari 2028, de overgangsdatum van de wethouderspensioenen naar het ABP. Een klein deel van deze actualisatie heeft betrekking op een reeks wethouders- of nabestaandenpensioenen van geringe omvang die structureel in de exploitatie zijn opgenomen. Nu alle financiële verplichtingen met betrekking tot wethouderspensioenen zijn opgenomen in de voorziening is het structurele budget in de exploitatie van € 42.000 niet langer noodzakelijk. Voorgesteld wordt om dit ten gunste te brengen van de financiële positie.

Formatie GIS-medewerker (structureel nadeel van € 54.000 voor 2026 en vanaf 2027 € 72.000)
Door de overname van (Ibor)taken van Avri, verplichtingen vanuit de Omgevingswet en de wens om ingehuurde taken voor Grondzaken zelf in huis uit te voeren is extra formatie benodigd. De daarvoor benodigde structurele dekking is aanwezig vanuit bestaande budgetten vanuit taakveld 5.7 Openbaar groen. Zodoende ziet u op taakveld 0.4 binnen dit programma een structureel nadeel ontstaan, maar dat dient u in samenhang te zien met het voordeel op taakveld 5.7. Per saldo is dit een budgettair neutraal effect in deze bestuursrapportage.

Overige kleine verschillen binnen taakveld 0.4 overhead (voordeel € 3.000 in 2026 aflopend naar een nadeel van € 62.000 in 2029)

Taakveld 0.61 OZB woningen (structureel voordeel van € 80.000)

Op basis van areaaluitbreiding is er bij de woningen sprake van een structurele meeropbrengst OZB van € 80.000.

Taakveld 0.62 OZB niet-woningen (structureel voordeel van € 70.000)

Op basis van areaaluitbreiding is er bij de niet-woningen (bedrijven) sprake van een structurele meeropbrengst OZB van € 70.000.

Taakveld 0.7 Algemene uitkering (voordeel van € 135.000 in 2026, voordeel van € 66.000 in 2027 oplopend naar een voordeel van € 282.000 in 2029
De decembercirculaire 2025 heeft meerjarig geresulteerd in een geringe positieve bijstelling van de algemene uitkering. Voor 2026 is sprake van een voordeel van € 135.000, echter dient u dit in samenhang te zien met de extra opgenomen lasten op programma 3 voor het onderwerp 'capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)' en voor de extra opgenomen lasten op programma 5 vanwege het uitstel abonnementstarief Wmo. Vanaf 2027 is sprake van een marginale bijstelling van de algemene uitkering van € 66.000 oplopend naar € 282.000 in 2029. Voor een uitgebreide toelichting over de decembercirculaire 2025 verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief decembercirculare 2025.

Taakveld 0.8 Overige baten en lasten (structureel voordeel van € 313.000)
Het voordeel van structureel € 313.000 betreft de vrijval van het restant van de stelpost prijsstijging 2026. Echter dit voordeel dient u in combinatie te zien met de aanspraken op de stelpost prijsstijging 2026 die in deze bestuursrapportage zijn verwerkt. In totaliteit zijn er in deze bestuursrappportage op de diverse programma's en taakvelden een aanspraak verwerkt van € 983.000. Met name op programma 5 is een forse aanspraak gemaakt op de stelpost prijsstijging 2026 van in totaal € 825.000. Per saldo is de aanspraak zodoende fors hoger dan de middelen die via de algemene uitkering beschikbaar zijn gesteld. Per saldo is de totale aanspraak € 670.000 hoger dan de beschikbare middelen en dit bedrag komt dan ook structureel ten laste van de financiële positie.

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 11:44:29 met de export van 05/28/2026 09:56:16